Mijn favoriete schrijver Tommy Wieringa (Joe Speedboat, de Heilige Rita, Dit zijn de namen) heeft in het NRC van 15 augustus 2020 een column geschreven die mij als Nederlandse Bentheimer uit het hart gegrepen is. Elke dag ervaar ik om mij heen hoe oprecht en integer de meeste Duitsers met het verleden omgaan.

Tommy Wieringa:

De eerste Duitsers die ik ontmoette kwamen uit het land van Helmut Kohl. Ze waren bij Nieuweschans de grens overgestoken en kwamen naar Groningen om te blowen en Schmuck en wierook te kopen bij de kraam van mijn moeder op de Grote Markt. Ze spraken zacht, er was iets verontschuldigends aan ze, alsof ze zich kleiner probeerden te maken dan ze waren. Waren hun vaders en moeders kinderen van Hitler geweest, zij waren de kinderen uit het spirituele huwelijk tussen Carlos Castaneda en Madame Blavatsky, wat je van verre al een beetje aan hun hippieachtige klederdracht en hennarode haren kon zien. Met die hele oorlog hadden ze natuurlijk geen bal te maken, al gaven wij ze graag het gevoel van wel. In het boek Zalig zijn de schelen , het vrolijke, onherhaalbare associatieve verhalensnoer van Herman Pieter de Boer en Betty van Garrel, is daarvan een goed voorbeeld te vinden. Herman Pieter de Boer schrijft: ‘In Keulen ontmoette ik een jonge filmer, Udo Stöcker. Hij was in 1950 geboren, dus wist hij niets van de oorlog. Het verveelde hem dermate, dat Nederlanders tegen hem altijd over de SS en de Duitse bezetting begonnen, dat hij zich meestal maar meteen voorstelde als Udo Hitler’. Betty van Garrel antwoordt met een anekdote over een man die zo antimilitaristisch was, dat hij stil stond als hij marsmuziek hoorde, omdat hij bang was per ongeluk in de maat te gaan lopen.

De Duitsers van vandaag komen uit het land van Angela Merkel. Zelfbewust, tegen het trotse aan, zijn ze afkomstig uit een ander Duitsland dan toen. Na het morele failliet van de VS komt Duitsland het leiderschap van het Westen toe. Het beroemde sonnet van Emma Lazarus op de sokkel van het Vrijheidsbeeld is al lang veel beter van toepassing op Duitsland dan op de VS. ‘Geef me uw uitgeputten, uw armen / Uw krioelende massa’s smachtend naar vrijheid / Het afval dat wemelt aan uw kusten / Zend ze, de daklozen, de drenkelingen, tot mij / Ik hef mijn lamp, naast de gouden deur.’

Toen het hoofd van de Amerikaanse immigratiedienst vorig jaar de vraag kreeg of dat gedicht nog altijd de basis was van de Amerikaanse kijk op immigratie, antwoordde hij dat het aan de eisen van de tijd moest worden aangepast: ‘Geef me uw mensen die vermoeid en arm zijn – mits ze op eigen benen kunnen staan en niet ten laste komen van de overheid’. En dat, schrijft Masha Gessen in Hoe overleef je een autocratie , was geen grap, ‘hij gaf gewoon de zienswijze weer van de regering-Trump’.

 Duitsland intussen onderwijst ook op ander terrein de betekenis van solidariteit. Waar in Nederland sommige regionale ziekenhuizen al geen coronapatiënten van elkaar wilden opnemen, bood ons buurland ruimhartig IC-bedden aan. De rekening voor de Spaanse, Italiaanse, Belgische en Nederlandse patiënten die daar werden opgevangen, komt ten laste van Duitsland zelf. De Duitse minister van Volksgezondheid greep het moment aan voor een Europese zedenles. ‘Europa staat samen’, zei hij, ‘zelfs in tijden van crisis.’ Dat was in de dagen dat een meerderheid in de Tweede Kamer tegen de opvang van vijfhonderd minderjarige vluchtelingenkinderen uit overbevolkte Griekse opvangkampen stemde en Rutte en Hoekstra Nederland een slechte naam bezorgden met hun brutale schraperigheid. Als dank voor de Duitse corona-inspanningen stuurde Nederland vierduizend stuks nieuwe haring.

Het Duitsland van Angela Merkel heeft de diepe betekenis begrepen van de woorden die ik deze zomer in het Louvre in Lens op een tiende-eeuws bord uit Buchara zag staan: ‘De grootmoedigheid heeft in het begin een bittere smaak, maar is uiteindelijk zoeter dan honing. Goede gezondheid’.

En lezen zijn boeken! Het zijn stuk voor stuk juweeltjes!