Daar waar de Dinkel in de Vecht stroomt, is het land woest en drassig. In de donkere middeleeuwen liet ridder Reitgaar in het moeilijk toegankelijke gebied een burcht met een brede slotgracht bouwen. Een hachelijke onderneming; hoe lang zou de zachte, veenachtige grond de zware Bentheimer zandstenen kunnen dragen? Al gauw werd duidelijk waarom Reitgaar deze plek had uitgekozen: de burcht werd uitvalsbasis voor zijn rooftochten. Talloze eerzame kooplieden en reizigers werden aan de Vecht en de Dinkel beroofd en mochten blij zijn als zij het er levend van af brachten. Vele voorname lieden zuchtten in de kerkers van de burcht en stierven de hongerdood omdat hun losgeld niet werd betaald. Echter, roofridder Reitgaar had een dochter die in tegenstelling tot haar vader
een nobel karakter had: ze was eerzaam en godsvruchtig. Na haar vader vele keren gesmeekt te hebben te stoppen met zijn duivelse activiteiten, wendde zij zich tot god. Zij bad: “Lieve Heer, help mij. Laat mijn vader desnoods met burcht en al in de aardbodem verdwijnen.” En op een zachte voorjaarsnacht zakte de burcht daadwerkelijk binnen enkele minuten weg en werd verzwolgen door het donkere water.

De moraal van het verhaal is dat hoogmoed voor de val komt. En wel op twee manieren: het kwade zal bestraft worden; maar ook: mensen let op waar je de bouwsels van Bentheimer zandsteen neerzet. Dat gaat wellicht niet goed!! De gracht heeft zich aaneengesloten tot een klein meertje. En als u aan de oever gaat zitten met een Bentheimer Kruidenlikeurtje, hoort u bij het tweede glaasje heel zachtjes de burchtklokken van Reitgaar luiden …

Bentheimer Sandstein und die Vechte – Touchscreen Bentheimer Sandsteinmuseum

Tekening Manfred Flucht – Tekst Ruud Brilleman