Vertaald uit het Nedersaksisch betekent dit woord: ‘Jodenbergje’. In de uiterwaarde van de Vecht ter hoogte van Hardenberg, ligt dit markante heuveltje. Deze terp is waarschijnlijk ontstaan als middeleeuwse motte – een verdedigingsheuvel. De Joden zelf wilden hun doden buiten de stadsgrenzen begraven omdat zij lijken als ‘onrein’ zagen. De oudste grafsteen dateert uit 1766 en de laatste joodse overledene werd eind negentiende eeuw begraven.

Wanneer in de winter de uiterwaarden onder water stonden, werden de doden per schip naar het Jodenheuveltje gebracht. Hiervoor gebruikte men de zomp – ook ingezet voor het vervoer van Bentheimer zandsteen – die met zijn geringe diepgang hiervoor uitermate geschikt was. ’s Winters wanneer het water van de Vecht in de uiterwaarden bevroren was, werden sleden ingezet die de doden naar hun laatste rustplaats gleden.

Bentheimer Sandstein und die Vechte – Touchscreen Bentheimer Sandsteinmuseum

Tekening Manfred Flucht – Tekst Ruud Brilleman – Foto CC