Indian Summer, dat was het deze week. Onder een strakblauwe lucht reed ik richting het Emsland. Het licht-golvende landschap met de idyllische dorpjes deden mij aan mijn jeugd denken. Kleine winkeltjes, geuren overwaaiend uit de kleine boerenbedrijven herinnerden mij aan mijn geboortedorp Raalte van de jaren zestig. Wat me opviel waren de vele monumenten die ik tegenkwam. Zo’n geweldig mooi land en zulke fijne mensen maar met zo’n triest verleden. Maar ik had haast. De biertjes wachtten!

Door corona hadden de groepsleden van het therapiezwemmen* elkaar een half jaar niet gezien. Dini uit Schuettorf organiseerde een gezellig samenzijn bij groepslid Werner, eigenaar van de Isendorfer Haubrauerei bij Emsdetten. Met Werner had ik tijdens de zwemsessies over biersoorten gesproken. Om zijn smaak te verbreden had ik Belgische biertjes voor hem meegebracht. Hij vertelde dat hij 4 eigen bieren van de tap had en 2 op de fles. Het leek me verstandig om de 40 km te overbruggen met de fiets.

Werner liet ons de eigen gebrouwen biertjes proeven; de een nog lekkerder dan de ander. Vooral de weiszen en de IPA waren van excellente kwaliteit. Vol trots liet hij ons zijn bedrijf zien. In 1975 had hij het als agrarisch bedrijf geërfd, in 1987 bouwde hij de eerste vakantiehuisjes en in 2010 werd eigen bier gebrouwen. In een zonnig weekend stroomt er 1500 liter bier uit de kranen in de dorstige kelen! Vol trots liet Werner zijn Deutz tractor zien. In zijn hart is hij altijd boer gebleven.

Werner had voor mij een slaapplaats geregeld in hotel Eggert in Elte, een dorp 6 kilometer verderop aan de andere kant van de Ems. Het pad door het bos bracht me bij een veer. Bij de taveerne aan de overkant dronk ik nog een Grevensteiner. Op weg naar mijn hotel at ik in restaurant Zum Hellhügel een schnitzel Westfälischer Art; fantastisch lekker, zo kun je ze alleen in Duitsland krijgen. Het was al donker toen ik in mijn hotel arriveerde.

Na het ontbijt ’s morgens aanvaardde ik de terugtocht. Het was fantastisch weer en ik had als pensionado alle tijd. De neo-Romaanse kerk naast mijn hotel  bevatte een W.O. I oorlogsmonument met de sinistere tekst:

Wir starben fuer euch! Wie dankt ihr uns?

Die jongens stierven door gemanipuleer van kerk, adel en nationalistische politici. Moest dat goed gemaakt worden door een nieuwe oorlog en nieuwe onschuldige slachtoffers?

Het dorpje Neuenkirchen naderend doemde een enorme neo-Romaanse kerk op. Tijdens de bouw tussen 1899 en 1911 ontstond al een discussie of de kerk niet te pompeus was voor dit kleine dorpje. Ook van binnen heeft het een prachtig staaltje van het rijke roomse leven opgeleverd: indrukwekkende roosvensters belichten de prachtige schilderingen over de kruisgang ven Jezus. Bij een piëta heb ik namens Claude een kaarsje voor haar oma gebrand.

Achter Neuenkirchen lag de Donnerhügel, een stuk akkerland op een heuvel die fraai afstak tegen de felblauwe lucht. Hier kon je bij onweer de Germaanse god Donar goed zien wanneer hij met zijn wagen door de lucht heen raasde. Aan de oostkant van de heuvel een wit kruis van een jong gestorven vader, overleden aan een hartaanval tijdens zijn werk op het land. Terugfietsend naar Bad Bentheim dacht ik aan de schilderijen en etsen van Armando. Hij zei daarover: Elk landschap, iedere stad en ieder dorp heeft de tragiek van het verleden in zich.

*De Duitse en Nederlandse gezondheidszorg zijn van gelijk niveau. In Duitsland echter besteden ze meer aandacht aan preventie en nazorg (REHA). Anderhalf jaar geleden kreeg ik een lichte beroerte. Twee weken later kon ik in alle rust herstellen in de Hedon Klinik in Lingen. Artsen van verschillende disciplines stellen samen met de patiënt een dagprogramma samen die een snel herstel bevordert. De voorzieningen zijn van hotelniveau. Thuisgekomen kreeg ik zwemtherapie aangeboden: elke vrijdag in een groep oefeningen doen in het warmwaterbad van Bad Bentheim.