Manfred vroeg aan mij of ik Bärlauch kende. Hij omschreef het als een rank groen blaadje dat in het vroege voorjaar groeide en smaakte naar een mengeling van ui en knoflook. Mijn beide lievelingskruiden maar ik had er nooit van gehoord. Ik bespotte hem door te zeggen dat Duitsers alleseters zijn met weinig smaak. Deze week ben ik met hem naar een bos achter Schüttorf geweest. Daar hebben we ieder een tas vol geplukt. Ik heb het direct gebruikt voor het maken van een bak gekruide olijven. Wat ruikt het lekker en wat is het heerlijk!  Het meeste heb ik nu te drogen in de serre en in de vensterbank van de woonkamer.

De Nederlandse vertaling is daslook. Het wordt ook wel borslook, uienbloem, woutknoplook of wilde knoflook genoemd. De latijnse soortnaam luidt ursinum: van de beer – ursus betekent beer. Door de groei in het vroege voorjaar vertelt de overlevering, eten beren na het ontwaken uit de winterslaap hun buik vol met dit kruid. Het groeit in schaduwrijke loofbossen met een kalkhoudende grond. In Duitsland wordt het veel verwerkt in pesto en kaas en er bestaat er zelfs Bärlauchbrot. Het groeit uitbundig in Hongarije, met name in het Mecseckgebergte. Er zijn daar eind maart – begin april Daslookfestivals waar dan de heerlijkste gerechten met het kruid worden opgediend.

Laat ik eindigen met een verontschuldiging aan Manfred en aan alle Duitsers. Met jullie smaak is niets mis. Het was gewoon weer zo’n vooroordeel van ‘einem blöden Holländer’. Ik ga koffiedrinken met Claude. Niet in de woonkamer want daar ruikt het volgens haar te sterk naar uien en knoflook!