DE ZOMP

   Bentheimer zandsteen werd van Hardenberg over De Vecht naar stapelplaats
Zwolle gevaren. De zware blokken en brokken moesten vervoerd
worden over een regenrivier met een dikwijls lage waterstand. Daarvoor
was een schip nodig met weinig diepgang: de zomp. Deze platbodem kon
met een laadvermogen van 5 ton ongeveer twee kubieke meter Bentheimer
zandsteen vervoeren waarbij het scheepje niet dieper dan 40 centimeter in
het water kwam te liggen. De zomp kon worden getrokken door 1 persoon
tegen de stroom op, had zeilen en kon ook worden geboomd. Er was plaats
voor een piepkleine kajuit.

   De meeste zompen werden gebouwd in schippersdorp Enter op meerdere
scheepswerven. ‘Schuitemakers’ was de grootste en bekendste. Via de Regge
vonden de nieuw te water gelaten zompen hun weg naar de Vecht. Rond
1850 hadden meer dan 100 zompen Enter als thuishaven.
In de 19de eeuw werden de spoorwegen aangelegd en het Almelo-Nordhorn
kanaal gegraven. De Vecht en de zompen verloren de ongelijke concurrentiestrijd.
Op de ‘Enterse Waarf ’ is in 2011 een replica gebouwd van een zomp.
Met ‘De Vriendschap’ kunt u tochten over de Regge en de Vecht maken.

Bentheimer zandsteen en de Vecht – Touchscreen Bentheimer zandsteenmuseum 

Tekening Manfred Flucht – Tekst Ruud Brilleman