Als ik de tango hoor, moet ik aan groente en fruit denken en ik zal u uitleggen waarom. In mijn lagere-school-jeugd had je via de kabel 2 radiozenders. Mijn moeder luisterde altijd naar Hilversum 1. Om half negen was er een vaste rubriek die heette ‘De Groenteman’. Hierin werd een sketch opgevoerd tussen ‘een groenteman’ en ‘een huisvrouw’. De groenteman was een autoriteit die het nijvere maar naïef-domme vrouwtje voorlichtte over groente en fruit, prijzen en recepten. Het programma werd door de week uitgezonden – als manlief naar het werk was en de kinderen naar school waren. Meestal hoorde ik het programma in de vakanties of als ik thuis ziek op de bank lag. In de begin- en eindtune werd op een tangomelodie de volgende tekst gezongen:

‘Tja tja tja, wat zullen we eten?

Tja tja tja, wie zal dat weten?

Wie is de man die mij dat zeggen kan?

De Groenteman!….. Tja tja tja’ *

En in mijn jeugd heb ik met groente en fruit gesjouwd! We woonden in Enschede en op dinsdag of zaterdag moest ik met mijn moeder mee naar de markt op het Van Heekplein. Mijn moeder is Indisch dus groente en fruit werden uitgebreid gekeurd, met name met haar handen. Dat deden ze in Indië om te voelen hoe vers het fruit was en hoe sappig. Veel marktlui hadden er een hekel aan maar daar trok ze zich niets van aan. Ze wachtte gewoon tot de koopman aan de andere kant van de kraam een klant hielp. Dat liep wel eens uit op ruzie. Als kind geneerde ik mij voor het gewrijf over het fruit. Soms viel de TET-bus uit en dan moesten we beiden met zware tassen in de hand lopend naar huis: via de 2de Emmastraat en Poolmansweg helemaal naar de Rembrandtlaan.

Door de week ging mijn moeder naar de groenteboer in ‘de eerste winkelflat’ – zo noemden we de winkels aan de Thomas de Keyserstraat. Ook daar liet mijn moeder zich het kaas ook niet van het brood eten: de groenteboer die per ongeluk een klant hielp die voorkroop, kreeg een bloemkool naar zijn hoofd gesmeten. U begrijpt, groente en fruit hebben voor mij een gemengde gevoelswaarde!

Maar dat radioprogramma vond ik in dié tijd al saai en oubollig. De jaren zestig waren allang geweest: The Beatles zongen ‘Why don’t we do it in the road’ en The Stones hadden ‘Sympathy for the devil’. De mannenmaatschappij waarin vrouwen gedienstige wezens waren, was voorbij. Niet iedereen had dat door – onze buurvrouw bleef haar man tot zijn dood ‘papa’ noemen terwijl hun kinderen al jaren het huis uit waren. Maar ik had door muziek van de Stones en de Beatles het gevoel dat er een nieuwe tijd aanbrak.

Eén ding heb ik wel overgenomen: als ik in Bentheim naar de Liddle ga om fruit te kopen, voel ik of de schil van de grapefruits glad zijn (betekent sappig!) en de kiwi’s niet te zacht. Soms kijkt een klant mij bevreemdend aan. Maar dat interesseert me niets want ik kom altijd thuis met goed fruit. Bedankt, mam!

Tune De Groenteman: https://www.youtube.com/watch?v=03SWlpghYS0

* Bij het schrijven van dit artikel kwam ik erachter dat niet ‘cha cha cha’ maar ‘tja tja tja’ gezongen werd! Heb ik meer dan vijftig jaar de verkeerde tekst gezongen!