Op huidige plattegronden vinden we aan beide zijden van de grens de straatnaam ‘Hessenweg’. Het herinnert aan de kooplieden uit Hessen die met hun kolossale wagens eeuwenlang door heide, bos en zandverstuiving trokken. Elke wagen werd getrokken door minstens vier paarden. Om heuvels te vermijden volgde men de uitgesleten dalen van rivieren en beken.

De noordelijke oever van het Vechtdal van Hardenberg tot Zwolle bleek een ideaal traject richting het rijke Holland. In 1691 werd deze verbinding officieel tot Hessenweg verklaard: elders mochten de breedsporige karren niet meer rijden omdat zij de normale, kleinere karrensporen kapot reden.

Langs de Hessenwegen ontstonden herbergen die de handelslieden en reizigers konden laven en een slaapplaats aanbieden. Zij hadden illustere namen als ‘Het Roode Hert’, ‘De Koetswagen’, ‘Het Zwarte Paard’ en ‘De Hongerige Wolf ’. De laatstgenoemde pleisterplaats bestaat nog en ligt dichtbij de Vecht.

In de wintermaanden maakten veel Zompschippers gebruik van de diensten van de herbergiers. Ook Bentheimer zandsteen werd over de Hessenwegen vervoerd; met name in de zomermaanden wanneer met spoed het ‘Bentheimer Gold’ naar Holland vervoerd moest worden en de waterstand van de Vecht te laag was.

Bentheimer zandsteen en de Vecht – Touchscreen Bentheimer Zandsteen Museum