Hans Warren staat op 18 december 1992 in het Louvre voor een schilderij van Géricault, de Zottin: ‘Ik bleef er maar voor staan, het ontroerde me tot tranen. Die rode ogen, dat vuile voorhoofd, dat te grote linkeroog, de verschrikkelijke eenzaamheid, het nutteloze van alle leven en lijden. Dit is geen gekkin, dit zijn wij.’

Inderdaad, dit zijn wij, de mensheid anno 2020.

Wij, de moderne mens in de verzorgingsstaat, van de wieg tot het graf verzorgd. Beschermd tegen ziekte en armoede. De oude dag doorbrengend in de caravan of thuis voor de tv, in slaap gesust met Champions League, show -en praatprogramma’s.

En plots is het Coronavirus daar. Je wordt opgesloten in je huis. Iedereen kan iedereen besmetten. Niemand kan je beschermen. Op de tv beelden van onzekere autoriteiten en lijkzakken. De machtigste man ter wereld die een nepmedicijn aanbeveelt. Ouders en kinderen die op afstand naar elkaar zwaaien.

Het meesterwerk van Géricault is ‘Het vlot van Medusa’. Radeloze schipbreukelingen op een vlot die hopen op redding door een in de verte naderend schip. Onze hoop is het vaccin. Wanneer kunnen we worden ingeënt? Hoeveel doden vallen er in de tussentijd? Verlies ik mijn geliefde, mijn baan?

De zon schijnt uitbundig en de aandelenkoersen stijgen. Zijn we met zijn allen gek aan het worden?

Géricault werd geboren in 1791 en werd 32 jaar oud. Hij stierf aan de zeer besmettelijke ziekte tuberculose.