Dit jaar tot nu toe 58 boeken gelezen, in totaal 17.532 bladzijden. Ik probeer een evenwicht te vinden tussen romans, detectives en non-fictie. Onder de laatste categorie zitten veel geschiedenisboeken waarin persoonlijke ervaringen in en na de tweede wereldoorlog een belangrijke rol spelen. Aangaande detectives: de boeken van Mankell heb ik uit – een absolute aanrader. Op het moment lees ik de thrillerserie van Jo Nesbo over Harry Hole.

Dit jaar heb ik Hans Warren weer opgepakt. Zijn ‘Geheim Dagboek’ is een hoogtepunt in de naoorlogse literatuur. Honderden uren leesgenot aangaande zijn worsteling met homoseksualiteit en zijn hedonistische levenswijze in naoorlogs Nederland, zijn gegarandeerd.
Van de hedendaagse Nederlandse schrijvers stijgt Tommy Wieringa op superieure wijze boven zijn collega’s uit. ‘Dit zijn de namen’ zou verplicht gelezen moeten worden door Baudet- en Wildersaanhangers; ‘De Heilige Rita’ zou dat moeten zijn voor Twentenaren. Zijn zaterdagse kolommen in de NRC zijn juweeltjes. Ilja Pfeiffer valt in herhaling met ‘Grand Hotel Europa’ en ‘Othmars zonen’ van Peter Buwalda komt gekunsteld over.
Op advies van Duitse vrienden lees ik de boeken van Uwe Timm. Eenvoudig maar doeltreffend en prachtig beschrijft hij de worsteling en verwerking van de 1933-1945 door de naoorlogse generaties.

De boeken die ik goed vond, zijn:
‘Noordwater’ van Ian McGuire,
‘De hemel verslinden’ van Paolo Giardano,
‘Het geheime leven van Henry Pick’ van David Foenkinos,
‘Jij bent van mij’ van Peter Middendorp,
‘De Blikman’ van Sarah Winman,
‘Zijn bloedige plan’ van Greame Macrae Burnet,
‘Laura H.’ van Thomas Rueb
‘De ontdekking van de curryworst’ van Uwe Timm,
‘Hars’ van Ane Riel.

Op de boeken die een absolute ‘must’ zijn, kom ik terug.