Ruud Brilleman droomt vaak van Ben en Cas: ‘We praten en lachen’

Doorleven na de dood van twee zoons

Hij verloor twee van zijn kinderen, maar Ruud Brilleman raakte nooit moedeloos. „Ongeluk overkomt je, geluk kun je maken.” Let It Be, de hit van The Beatles die 50 jaar geleden uitkwam, inspireerde hem tot een mooi verhaal.

HERMAN HAVERKATE

Nadat hij zijn jasje heeft aangetrokken, stapt naar buiten. Vanaf het balkon is het uitzicht fabelactig.  Wolken trekken hoog boven het dal voorbij aan zijn huis op de berg. Daarginds, in de verte, ligt Holland. Enschede, maar ook Oldenzaal, de plek waar z’n twee zonen begraven liggen.  „Als ik hier sta, denk ik aan ze. Elke dag. Vaak meerdere keren. Dit is mijn manier om ze te herdenken”, zegt Ruud Brilleman. Het jasje, gemaakt van ribstof, is de meest tastbare herinnering die hij heeft. Zijn zoon Cas droeg het vlak voordat hij stierf. Het hangt bij hem in de kast als een kostbare relikwie. „Ik trek het aan en weet: dit is van hem. Elke dag loop ik naar boven en haal het uit de kast. Mijn jongens zijn dood, maar zo zijn ze toch nog onderdeel van mijn leven.”

Nachtwacht

Hij woont in Bentheim, Ruud Brilleman. Sinds vijf jaar. De oud-docent geschiedenis en filosofie van Hogeschool Saxion is er burchtgids en nachtwacht. Gemiddeld twee keer per maand leidt hij bij de invallende duisternis mensen rond door de straten en stegen van de stad. Bentheim heeft er tweehonderd, weet hij inmiddels. „Er is zelfs een speciale commissie die deze stegen beschermt. Prachtig vind ik dat.  Geschiedenis begint bij jezelf, bij je eigen omgeving. Dan kun je wel kerken bezoeken in Barcelona, maar als je niets weet van de kerk bij jou op de hoek zit ergens iets scheef.”

Zijn huis staat op zo’n vijfhonderd meter van de burcht. Net als zoveel huizen in het stadje is het gebouwd tegen een berghelling. Vanuit het achterste stukje van zijn tuin kan hij over het dak van zijn eigen huis de verte inkijken. Ooit hoopt hij er een uitkijktoren te bouwen. Als vast punt om de schoonheid van het uitzicht nog beter in zich op te kunnen nemen.

„Op de dag dat we hoorden dat vanwege het Coronavirus alles platging, hebben we de vuurkorf aangestoken en een Weissbier gedronken. Hoe erg het wellicht ook is: het leven moet doorgaan. Als er één les is die ik in mijn leven heb geleerd, dan is het dat. De verzorgingsstaat geeft ons de illusie dat er van de wieg tot het graf voor je wordt gezorgd. Maar de werkelijkheid is helaas anders. Uiteindelijk sta je alleen en is aan het jezelf om iets van je leven te maken. Ongeluk overkomt je, geluk kun je – tot op zekere hoogte natuurlijk- zelf maken en creëren.”

‘Let It Be’

Het gesprek op het balkon van zijn huis vindt plaats naar aanleiding van het bericht dat hij onlangs plaatste op Facebook. Brilleman schreef het op 6 maart, precies vijftig jaar na het uitkomen van de Beatles-hit Let it Be. De tekst van het liedje, waarin Paul McCartney droomt over zijn gestorven moeder, inspireerde hem tot een ontroerend verhaal over zijn twee overleden zoons Ben en Cas.

„Ik schrijf veel en hou van verhalen. Verhalen verbinden, maar helpen je ook om dingen te verwerken. Voor mij zijn ze ook een manier om met de buitenwereld te communiceren. Om vreemden, vrienden maar ook mijn eigen kinderen te laten weten wat er in me omgaat en hoe ik in het leven sta. Als leraar heb ik ook altijd verhalen verteld. Nu, na mijn pensionering, schrijf ik ze ook op. Het is een vorm van geschiedenis zoals ik geschiedenis ook zie: beginnend in mijn eigen leven.”

Het verhaal van zijn kinderen is het verhaal van zijn leven. Het verlies van zijn zoons is een wond die nooit is geheeld maar waarmee hij heeft leren leven. „Ben was elf toen hij stief, Cas negentien. In ‘Let is be’ ziet McCartney zijn dode moeder terug in een droom. Ook ik droom regelmatig van Ben en Cas. Ze staan dan voor me. We praten en lachen. Maar eenmaal ontwaakt, is de werkelijkheid toch rauwer dan bij McCartney. Zijn moeder zegt: Let it be, mijn kinderen helaas niet. De vreugde van de droom maakt plaats voor verdriet, al zou ik de dromen nooit willen missen.”

 Mijn Ben

Vrachtwagen

Brilleman is leraar in Almelo als zijn eerste kind sterft. 17 februari 1992, iets na half vier, wordt hij uit de les gehaald. „Ik voelde meteen dat er iets aan de hand was. Toen ik om mijn horloge keek, wist ik ook: de school gaat uit, het is vast iets met de kinderen. De directeur van de school zei niets, maar gaf me de telefoon. Het was mijn vrouw. Ben, onze oudste, bleek door een vrachtwagen overreden. Hij was op slag dood.”

Op het moment van het ongeluk woont hij met zijn gezin in Kloosterhaar. Er zijn vier kinderen. Op de weg vanuit Almelo terug naar huis passeert hij de plek waar het is gebeurd. Er staat een vrachtwagen, beladen met stenen, maar de ambulance met zijn overleden zoon is al weg.

„Hij was twee weken daarvoor damkampioen geworden van Overijssel. De foto daarvan heb ik nog. Thijs, een andere zoon, was erbij toen het gebeurde. Ben stak over, maar had een black out. De chauffeur reed te hard. Een half jaar later werd ik door mijn auto bijna van de weggedrukt door een vrachtwagen. Echt boos werd ik pas toen ik zag wie er achter het stuur zat. Juist, die ene chauffeur.”

Klap

Zeventien jaar later sterft Cas.  Het gezin is dan verhuisd naar Oldenzaal. Er zijn twee nieuwe kinderen. „Ons gezin was af, maar na de dood van Ben was er een gat. Natuurlijk was zijn dood een grote klap, maar tegelijk schiep het ook de verplichting om door te gaan. Elk kind is een appèl 

aan het leven zelf, een stimulans om niet bij de pakken neer te zetten. Je moet door. Altijd. Er is ook geen alternatief. Want het leven zelf gaat door. Ik weet nog dat ik op de zondag na de dood van Ben aan mijn vrouw vroeg of ik Studio Sport mocht kijken. En stiekem dacht ik natuurlijk ook aan hem. Bij alles trouwens. Jaren heb ik me bij alles wat ik deed eerst afgevraagd wat hij zou doen.”

De dood van Cas in 2009 is het eindpunt van een gevecht van ruim tien jaar. In 1998 wordt er bij hem kanker geconstateerd in zijn knie. Vele operaties volgen. Als hij na vijf jaar genezen wordt verklaard, volgt even later alsnog de mededeling dat de ziekte terug is maar nu in de bovenste wervels van zijn rug. „Ze konden niets meer voor hem doen.”

 Mijn Cas

Prins carnaval

Juist de laatste maanden van zijn leven ervaart hij als kostbaar. Nog steeds. Door de intense gesprekken, het terugkijken op het leven zoals ze dat in de jaren daarvoor hebben geleid. Een grote kaart van Europa aan de muur, volgeplakt met papiertjes, vormt daarvan het tastbare wijs. De plakkers zitten verspreid over de hele kaart en markeren de gezamenlijke vakanties. „Van het Alhambra tot Auschwitz: we zijn overal geweest. Cas heeft daarvan genoten. Hij was een dromer. Zijn geboortedag was 11 november 1989. Een bijzondere datum, in termen van het carnaval. Op 11 november 2022 zou hij 33 worden. “Denk eraan, zei hij altijd, op die dag word ik Prins Carnaval van Oldenzaal.”

 De gele stippen zijn de reisdoelen.

Nu, in zijn huis in Bentheim, heeft hij de draad van het leven weer opgepakt. Met moeite. Behalve het verdriet over zijn twee zoons, waren er de scherven van zijn gebroken huwelijk. Het liep twee jaar na de dood van Cas stuk. Juist de verhuizing naar Bentheim hielp hem over het dode punt heen. Uitgerekend op de dag dat hij de woning betrok ontmoette hij zijn nieuwe vrouw. „Het leven is doorgegaan. Ook in dat opzicht. Er is weer uitzicht, letterlijk en figuurlijk.”

Met zijn lange haren ziet hij eruit als een van de popidolen die hij zo bewondert. Een van de wanden van zijn woonkamer is behangen met lp-hoezen uit de jaren 60. “Mensen vragen me vaak of ik muzikant ben, kunstenaar of voorvechter van de vrije liefde. Helaas voor hen is het antwoord in alle gevallen: nee. Ik leef niet groots of meeslepend. Dat is misschien ook wel iets dat ik ontdekt heb in alles wat ik in al die jaren heb meegemaakt. Geluk zit niet in grootse vergezichten, maar in kleine dingen van het dagelijkse leven.