Ieder mens is een conservatief en daar is geen ontkomen aan. Ik zal het u uitleggen aan de hand van een muziekvoorbeeld:

Vanuit de eeuwige warmte met die geruststellende heartbeat word je ongevraagd in een onbekende, koude chaos neergezet die ‘leven’ heet. Je eerste houvast is je moeder. Zij is heerlijk warm en je mag zuigen en huilen zoveel als je wilt. Maar al snel moet je rechtop zitten en je vader leert je lopen. Je ouders dwingen je stapje voor stapje en met vallen en opstaan onderdeel te worden van die chaos vol met verplichtingen. Als goedmakertje proberen ze je schuldgevoel over je geestelijke en fysieke onvermogens weg te nemen door je soms uitbundig te prijzen. Maar als je vijftien bent, beginnen je scheppers plots op je te mopperen. En dat terwijl zij net zo onzeker, lui, eigenwijs, verveeld en onredelijk zijn, als jijzelf. Je trekt je terug op je kamer en luistert eindeloos naar jouw muziek die voelt als warm vruchtwater met een heerlijk pulserend ritme ….

De helden van mijn ouders waren de bevrijders en die brachten de jazzmuziek naar Europa. Toen ik 15 jaar oud was, luisterde ik op zondagmiddag naar ‘Langs de lijn’. Geen Beatles, Stones of Doors maar ergerlijke jaren vijftig jazzmuziek tussen de voetbalflitsen door. De programmamakers hielden vast aan de muzieksmaak uit hun puberteit; wat bekrompen en conservatief, vond ik dat! Later luisterde ik veel naar Led Zeppelin en AC/DC. Muziek uit de jaren zestig en zeventig, dat was de mijn standaard; nee, de absolute standaard. Na de Sex Pistols moest ik gedwongen afhaken want mijn kinderen Ben en Thijs werden geboren, er moest rust in huis zijn en radio en cassetteband gingen uit.

Op mijn leeftijd mag ik mij volwassen noemen, of niet? Ik ben historicus en nu zult u verwachten dat ik  kan toegeven dat mijn muzieksmaak relatief is en dat er sinds de jaren tachtig nieuwe standaarden gekomen zijn die zich kunnen meten met de muziek uit mijn jonge jaren. En hier vergist u zich: DAT KAN IK NIET!

Naar mijn mening bevinden wij ons nog steeds in de muzikale uitlopers van de jaren zestig en zeventig. In de jaren tachtig kwam de pessimistische ‘Thatchermuziek’ zoals van The Cure. In de jaren negentig brak de rap definitief door: er werd niet gezongen maar gepraat en vrouwen werden ‘slaves and bitches’ genoemd. Daarna moesten we de Nederlandstalige muziek omarmen en kwijlen bij het gekweel van relnicht Joling. Alleen al het typen van zijn naam bezorgt me koude rillingen. Tegenwoordig is de clip belangrijker dan de muziek zelf. Uitzonderingen zijn er natuurlijk geweest: U2, Oasis, Placebo, The Cult, The Slaves en op dit moment Nederlandse bands als My Baby en DeWolff. En …: geen Coldplay zonder The Beatles. MAAR: deze groepen zijn allen schatplichtig aan de muziek uit de jaren zestig en zeventig! De komende tijd laat ik u must-see-video’s zien vanuit mijn puberale conservatisme.

Overigens: DeWolff treedt 27 maart a.s. op in Metropool Hengelo: er zijn nog kaarten verkrijgbaar!

DeWolff live: https://www.youtube.com/watch?v=qqBcl71tkGk

P.S.: Mijn conservatieve muzieksmaak kunt u ook aflezen van de achterwand van onze woonkamer die is beplakt met l.p.-hoezen.